Laadstations voor personeelsparkeerplaatsen bij fabrieken en industrieterreinen
Elke fabriek, elk magazijn en elk industrieterrein waar het aantal elektrische auto's onder het personeel groeit, komt bij dezelfde vraag uit: we willen laadpunten op de parkeerplaats, waar beginnen we? Dit is een andere beslissing dan thuis een wallbox ophangen. In een woning is de enige vraag of de aansluiting toereikend is; op een productielocatie zijn er al een transformator, een compensatiekast en een productiebelasting die van uur tot uur verandert. De laadpunten komen daar bovenop. Dit artikel behandelt de beslissing aan de kant van de fabriek en het industrieterrein stap voor stap.
Een personeelsparkeerplaats is niet hetzelfde als een wagenpark
Dit onderscheid moet als eerste worden gemaakt, want elke volgende beslissing hangt ervan af. Wordt een wagenpark van bedrijfsauto's geladen, dan zijn de auto's van u, staan ze 's nachts op het terrein en ligt de planning bij u; dat scenario behandelen we in een apart artikel. Een personeelsparkeerplaats is anders: de auto's zijn van de medewerkers, ze komen bij aanvang van de werkdag en vertrekken aan het einde ervan. Het laadvenster is dus niet de hele nacht maar de duur van de dienst, en het verbruik moet per persoon uitgesplitst kunnen worden.
Hoeveel laadpunten zijn er nodig? Het ploegenrooster geeft het antwoord
Op een personeelsparkeerplaats kan één laadpunt meerdere auto's per dag bedienen, omdat de auto van een medewerker urenlang geparkeerd staat. Werkt een locatie met één ploeg en komt de auto 's ochtends om 's avonds weer te vertrekken, dan levert binnen een venster van 8 uur een laadpunt van 7,4 kW ruimschoots de energie die voor dagelijks gebruik nodig is; hier werkt niet de snelheid maar de tijd. Op een locatie met drie ploegen kan hetzelfde laadpunt achtereenvolgens drie verschillende bestuurders bedienen. Plan het aantal laadpunten daarom niet op het aantal auto's, maar op het aantal elektrische auto's dat tegelijk geparkeerd staat.
- Tel het aantal elektrische auto's dat tegelijk op de parkeerplaats staat, niet het totale aantal medewerkers.
- Noteer de wisseltijden van de ploegen; juist op die momenten wordt een laadpunt gedeeld.
- Leg de infrastructuur niet aan op het aantal van vandaag maar op dat over 2-3 jaar: kabel en verdeelkast zijn bij de eerste graafwerkzaamheden goedkoop, achteraf niet.
- Denk aan een apart punt voor bezoekers en leveranciers; de personeelspunten wilt u wellicht achter autorisatie zetten.
De elektrische kant op een industrieterrein
Op georganiseerde industrieterreinen loopt de elektriciteitsdistributie vaak via de rechtspersoon van het terrein; bij het toevoegen van nieuwe belasting is uw gesprekspartner dan mogelijk het terreinbestuur en niet de regionale netbeheerder. Op kleinere bedrijventerreinen bedient één gedeelde transformator meerdere bedrijven, waardoor de verdeling van capaciteit meespeelt. In beide gevallen is de vraag vóór de installatie dezelfde: is er in uw transformator en in uw hoofdverdeelkast ruimte voor de belasting die u gaat toevoegen?
Het tweede technische onderwerp is compensatie. Bij industriële aansluitingen wordt blindvermogen op de factuur doorberekend, en zodra er nieuwe belasting bij komt moet de compensatiekast opnieuw tegen het licht worden gehouden. Hoe de laadpunten dat beeld beïnvloeden, hoort na het vaststellen van aantal en vermogen te worden beoordeeld door iemand die het elektrische ontwerp van de locatie kent. Dit is een van de belangrijkste onderdelen van de inspectie vooraf.
Raak het piekuur van uw productiebelasting niet aan
De elektrische belasting van een fabriek is niet constant over de dag; ze piekt zodra de machines aanslaan. Het slechtste scenario voor laadpunten is dat ze juist op dat piekuur samen op vol vermogen trekken. De oplossing is niet minder laadpunten plaatsen maar dynamisch lastbeheer: het systeem ziet het actuele verbruik van de locatie, verlaagt het laadvermogen automatisch en verhoogt het weer zodra er ruimte is. De Charger Plus 2- en Charger Pro 2-serie van Bemis beschikt over deze lastverdeling; omdat de apparaten in stappen binnen het bereik 6-32 A kunnen werken, gebeurt het terugregelen zonder het laden te onderbreken.
Wie betaalt de stroom? Beslis dat vooraf
Op een personeelsparkeerplaats is dit geen technische maar een administratieve vraag, en het antwoord wordt op drie manieren gegeven: laden wordt volledig gratis aangeboden als secundaire arbeidsvoorwaarde, de kosten worden aan de medewerker doorbelast, of er komt een model waarbij tot een bepaald aantal kWh gratis is en daarboven betaald wordt. Wat u ook kiest, u kunt het niet beheren zonder te zien wie hoeveel verbruikt. Bij de Charger Plus 2- en Pro 2-serie wordt het beheerpaneel voor gedeelde ruimtes, met gebruikersautorisatie via RFID-kaart en rapportage per persoon, gratis aangeboden; er komen geen licentie- of abonnementskosten bij. Moet de meting als grondslag voor facturatie dienen, dan kiest u modellen met een in de behuizing geïntegreerde MID-meter.
Welk apparaat: AC of DC?
Op een personeels- en bezoekersparkeerplaats is het juiste antwoord bijna altijd AC. Omdat de auto urenlang geparkeerd staat, dekt een AC-wallbox tussen 7,4 kW en 22 kW de behoefte ruimschoots en liggen de infrastructuurkosten veel lager. DC-snelladen is bedoeld voor situaties waarin de auto slechts minuten op de locatie is: logistiek in- en uitgaand verkeer, een kantoorgebouw met druk bezoekersverkeer of de keuze om de locatie als openbaar laadpunt te positioneren. Die twee niet door elkaar halen is de eenvoudigste besparing van de hele investering.
Waarom is een inspectie vóór de installatie noodzakelijk?
Geen van de bovenstaande punten kan uit een catalogus worden beantwoord: de bestaande verdeelkast, de belasting van de transformator, de afstand tot de parkeerplaats, het kabeltracé en het montagevlak moeten ter plaatse worden bekeken. Bij Bemis loopt dit traject via de erkende dealer; de apparaatkeuze wordt pas na de inspectie definitief, de installatie wordt uitgevoerd door een erkende elektrotechnisch installateur en de producten worden geleverd met 2 jaar fabrieksgarantie.
Laten we samen bepalen welk model en hoeveel laadpunten uw locatie nodig heeft.
Uw dichtstbijzijnde erkende dealerVeelgestelde vragen
Wat is er nodig om een laadstation bij een fabriek te installeren?
Drie dingen moeten duidelijk zijn: het aantal elektrische auto's dat tegelijk geparkeerd zal staan, of er in de bestaande transformator en hoofdverdeelkast ruimte is voor de extra belasting, en wie de stroom betaalt. Pas als die drie vaststaan worden aantal en vermogen van de laadpunten gekozen. In de praktijk verloopt het zo: inspectie ter plaatse, het aantal apparaten en punten bepalen, zo nodig de verdeelkast en de compensatie tegen het licht houden, het kabeltracé aanleggen, monteren en in bedrijf stellen. Zonder inspectie een apparaat uit de catalogus kiezen levert achteraf kostbare verrassingen op, zoals het vervangen van de verdeelkast.
Wie geeft toestemming voor een laadstation op een industrieterrein?
Op georganiseerde industrieterreinen wordt de elektriciteitsdistributie meestal via de rechtspersoon van het terrein geregeld. Uw gesprekspartner voor de melding van nieuwe belasting en voor de capaciteitsvraag is dan het terreinbestuur en niet de regionale netbeheerder. Op bedrijventerreinen bedient een gedeelde transformator meerdere bedrijven, dus moet de capaciteit met het terreinbestuur worden besproken. Heeft de locatie een eigen transformator, dan is de situatie eenvoudiger, maar moeten de bestaande belasting en de compensatie alsnog worden beoordeeld. Omdat de gang van zaken per regio verschilt, is de eerste stap het schriftelijk navragen bij het bestuur waaronder u valt.
Hoeveel laadpunten zijn er nodig voor een personeelsparkeerplaats?
Het bepalende getal is niet het totale aantal medewerkers maar het aantal elektrische auto's dat tegelijk op de parkeerplaats staat. Omdat de auto van een medewerker de hele werkdag geparkeerd staat, kan één laadpunt meerdere auto's per dag bedienen; binnen een venster van 8 uur levert 7,4 kW moeiteloos de energie die voor dagelijks gebruik nodig is. Op een locatie met drie ploegen kan hetzelfde punt achtereenvolgens drie bestuurders bedienen. De praktische aanpak: plaats laadpunten op basis van het huidige aantal elektrische auto's, maar leg de kabel- en verdeelinfrastructuur aan op de situatie over enkele jaren; later een laadpunt toevoegen is eenvoudig, kabel trekken is duur.
Belasten de laadpunten de stroomvoorziening van de fabriek?
Zonder lastbeheer kan dat, want in het slechtste geval trekken de apparaten samen op vol vermogen op het moment dat de productiebelasting piekt. Dynamische lastverdeling lost dit op: het systeem volgt het actuele verbruik van de locatie, verlaagt het laadvermogen automatisch en verhoogt het weer zodra er ruimte is. De Bemis Charger Plus 2- en Charger Pro 2-serie beschikt over deze functie, en omdat de apparaten in stappen binnen 6-32 A werken gebeurt het terugregelen zonder het laden te onderbreken. Daarnaast kan met een timer buiten de productie-uren worden geladen.
Hoe houden we bij hoeveel stroom medewerkers verbruiken?
Voor registratie per persoon zijn twee dingen nodig: gebruikersautorisatie en vastlegging. Met een RFID-kaart start elke medewerker het laden met zijn eigen kaart en legt het systeem vast wie hoeveel kWh heeft verbruikt. Bij Bemis wordt het beheerpaneel voor gedeelde ruimtes bij de Charger Plus 2- en Charger Pro 2-serie gratis aangeboden; er komen geen aparte abonnements- of licentiekosten bij. Moet de meting als grondslag voor de factuur dienen, dan kiest u modellen met een in de behuizing geïntegreerde MID-meter. Deze opzet is ook belangrijk om de kosten inzichtelijk te houden wanneer laden als gratis secundaire arbeidsvoorwaarde wordt aangeboden.
Moet ik voor mijn bedrijf een AC-wallbox of DC-snellader kopen?
Bepalend is hoelang de auto op de locatie blijft. Op een personeels- en bezoekersparkeerplaats staat de auto urenlang geparkeerd, waardoor een AC-wallbox in het bereik 7,4-22 kW de behoefte ruimschoots dekt en de infrastructuurkosten merkbaar lager liggen. DC-snelladen is bedoeld voor situaties waarin de auto slechts minuten blijft: druk bezoekersverkeer, logistiek in- en uitgaand verkeer of de keuze om de locatie als openbaar laadpunt te positioneren. Voor de meeste productielocaties is AC het juiste antwoord; is DC nodig, dan gaat het meestal om een apart en klein aantal punten.

